woensdag 1 april 2009

Waterbelasting loopt spuigaten uit

Afgelopen week hebben fractiegenote Karin Fokker en ik schriftelijke vragen gesteld over de waterbelasting. Terwijl alle overheden hun belastingen in de buurt van de jaarlijkse prijsstijgingen proberen te houden, maken de waterschappen er een bende van.
Is dat een te forse conclusie? Lees:

In onze vragen aan het dagelijks bestuur van de provincie, dat toezicht houdt op de waterschappen, gaven we (op basis van cijfers van de Vereniging Eigen Huis) aan dat de lasten voor eigenaren van woningen in vergelijking met het vorig jaar gemiddeld met meer dan 17% stegen. Voor meerpersoonshuishoudens kwam dat op gemiddeld ruim 5%.
We hebben het dagelijks bestuur van de provincie Utrecht gevraagd of zij de waterschappen willen aanspreken op deze buitensporige verhogingen. Mocht de waterbelasting in 2010 weer boven de prijsstijging uitkomen dan vinden we dat de provincie haar subsidie aan waterschappen ter discussie moet stellen. We wachten de antwoorden van GS af. Zie voor de schriftelijke vragen: www.utrechtps.pvda.nl

Nu gaat het onderzoek van Eigen Huis alleen over koopwoningen met een gemiddelde van 250.000 euro WOZ waarde. Minstens zo interessant is de vraag wat de verhoging voor bewoners van huurwoningen is geweest de afgelopen jaren.

Onderstaande cijfers geven de stijging weer van de waterbelasting die het Utrechtse waterschap Stichtse Rijnlanden de afgelopen jaren heeft toegepast.

Aanslag Waterbelasting voor bewoners/niet eigenaren
Jaren 2007 2008 2009
Euro 34,56 41,07 62,25

Wat betekent dit? Dat bewoners/niet eigenaren in 2009 hun waterbelasting ten opzichte van 2007 met 80,1% hebben zien stijgen. Per inwoner mag dat dan wel een beperkt bedrag zijn, het blijft bijna 28 Euro meer.
Maar dan de rekensom. In de provincie Utrecht staan circa 500.000 woningen, waarvan ongeveer 35% huurwoningen, dat maakt 175.000 huurwoningen. Neem voor het gemak aan dat de tarieven van de andere waterschappen die werkzaam zijn in onze provincie net zoveel gestegen zijn, wat zeer aannemelijk is. Dan betekent het dat de Utrechtse waterschappen hun inkomsten van mensen die in een huurwoning wonen in twee jaar tijd met extra vijf miljoen Euro hebben zien toenemen. Kassa.

Tijd voor conclusies

1. In de luwte doen de waterschappen hun werk. Water is, sinds Willem-Alexander, een sexy onderwerp. Niemand wil dat dijken doorbreken. Iedereen wil dat het afvalwater goed wordt gezuiverd. In deze context maken de waterschappen misbruik van hun bevoegdheid om de tarieven van de waterbelasting buitensporig te laten stijgen.

2. Toezichthouders, zoals het dagelijks bestuur van de provincie, hebben de laatste jaren geen probleem gemaakt van deze buitensporige verhogingen, of ze hebben zitten slapen. De wetgever moet overwegen om het toezicht op de waterschappen te versterken. De controleurs van de toezichthouders, zoals Provinciale Staten, moeten over de schouder mee willen kijken.

3. Organen zoals waterschappen, die hun eigen inkomsten kunnen vaststellen omdat zij de bevoegdheid hebben om belasting te heffen zijn moreel gehouden efficient te werken. Onderzoek van derden naar de efficiency van waterschappen ligt daarom in de rede.

4. De nieuw aangetreden besturen van waterschappen, na de waterschapsverkiezingen in november kunnen nu laten zien dat zij niet voor niets zijn gekozen. Hun treft geen blaam; de verhoging van de waterbelasting werd besloten voor de verkiezingen van november 2008.

maandag 2 maart 2009

Ra, ra: niet tegen, maar ook niet voor

Het spitsverkeer naar Utrecht loopt 's ochtends vast. In de avond wil iedereen de regio uit: weer alles vast. Dat niet alleen. Langs Utrecht komt verkeer in de ochtend vooral van Zuid naar Noord en van OOst naar West. In de avond andersom.
Aan de centrale ligging van Utrecht zijn veel voordelen verbonden zoals de vrijwel constante economische groei en daaraan gepaard gaande groei van de werkgelegenheid in onze regio. Maar er zijn ook nadelen. Het vastlopende verkeer is er een van.

In een vorige college, periode 2003 - 2007, was PvdA-er Ger Mik gedeputeerde Mobiliteit. Hij gaf leiding aan het project "Draaischijf Utrecht" en sloot een Bestuursakkoord met betrokken gemeenten en het Rijk. In dat akkoord stonden stappen om de Draaischijf Utrecht in 2020 weer in beweging te krijgen. Er was een kolosaal geldbedrag aan verbonden: maximaal 3.1 miljard Euro. Ger Mik wordt er, door vriend en vijand, nog om geprezen.

In 2006 verscheen een Netwerkanalyse. Daarin werd beschreven wat de mobiliteitsproblemen in 2020 in Utrecht zouden zijn bij niets doen. Oplossingsrichtingen werden geopperd en bekeken op hun effectiviteit. Het ging om zes richtingen: (1) Ruimtelijke visie, wonen en werken in relatie tot de verwachte mobiliteit. (2) Het beprijzen van vrachtauto's en personenwagens. (3) Mobiliteitsmanagement, het slim organiseren van alternatieven voor de auto waaronder de fiets. (4) Het verbeteren van het openbaar vervoer. (5) Betere benutting en het aanpassen van wegen en zo nodig nieuwe infrastructuur. (6) Goederenvervoer, het oplossen van knelpunten.

Als vervolg op de netwerkanalyse werd besloten twee planstudies uit te voeren: een voor de ring Utrecht en een voor de driehoek Utrecht-Hilversum-Amersfoort.
Deze planstudies zijn in december 2008 gepubliceerd. Het is duidelijk. Als we de mobiliteit (fiets, OV en wegen) in Utrecht willen verbeteren staan we voor lastige keuzen. Natuurlijk moet er veel meer aandacht komen voor de fiets en voor het OV, maar het auto- en vrachtverkeer is en blijft dominant.

Lastige keuzen. In beide planstudies worden wegenvarianten benoemd die in het rapport worden neergezet als 'extreem'. Dat zijn ze ook. Terecht is de bevolking daartegen te hoop gelopen. Ik doel op het voorstel voor een snelweg door Leidsche Rijn, Nieuwegein (Blokhoeve) en Amelisweerd/Rhijnauwen. Maar ook op de westelijke ontsluiting bij Amersfoort, een weg van de A1 naar de A28 die de natuurgebieden Coelhorst en Birkhoven doorsnijdt evenals Hoogland-West.

De PvdA fractie wijst beide extreme varianten af. Tegelijk zijn we er ons van bewust dat verderop in dit proces moeilijke keuzen gemaakt moeten worden, ook door de PvdA. Ook daarom moeten de extreme varianten van tafel.

Helaas kreeg een motie van deze strekking niet de meerderheid. In de vergadering van Provinciale Staten op 23 februari werd deze afgewezen door de coalitiepartijen CDA, VVD en CU. Het zag er tijdens de vergadering nog even naar uit dat het CDA zou meegaan, maar coalitietrouw aan de VVD stond dat in de weg.

Daags na de PS vergadering voelde VVD gedeputeerde Ekkers al nattigheid. Hij liet in de krant optekenen dat de provincie niet tegen een ringweg door Leidsche Rijn is, maar ook niet voor.
Ra, ra wat is nu eigenlijk het standpunt van Ekkers?

vrijdag 23 januari 2009

Sloop van Joop?

Bij Mijdrecht ligt de polder Groot Mijdrecht Noord (GMN). De polder ligt erg diep en moet continu zwaar bemalen worden om droog te blijven. De bodemdaling en het omhoogkomende zoute water leveren grote milieuproblemen op en veroorzaken hoge kosten. Vier jaar lang werden de leden van Provinciale Staten 'opgevoed' met de wetenschap dat er gekozen moest worden uit zes oplossingsstrategien. Aan het einde van de vorige statenperiode, begin 2007, namen de Staten een motie aan van PvdA, VVD en GL waarin voor 'vernatting' van de polder werd gekozen. Die motie werd niet uitgevoerd, want na de verkiezingen van 2007 hadden deze partijen geen meerderheid meer. Toen in het voorjaar van 2008 dreigde dat er een besluit genomen zou worden, werd onder voorzitterschap van oud-minister Remkes, een commissie ingesteld die de oneindige stapel rapporten over GMN nog eens kritisch zou bekijken. Wat bleek? Op onderdelen moest de provincie zijn werk overdoen. Als gevolg van dat huiswerk werden de zes oplossingsstrategien door GS van tafel geveegd. En hup, daar was de zevende strategie. Die bestond er uit dat het oostelijke gedeelte van de polder voor langere tijd geschikt zou blijven voor landbouw, terwijl het westelijke gedeelte van de polder zou worden vernat.

Gedeputeerde Joop Binnekamp (VVD) joeg vervolgens bij het uitventen van de zevende strategie door onhandige uitspraken - niet de eerste keer - vrijwel iedereen die bij de polder betrokken is, tegen zich in het harnas. De bewoners van polder wilden niet meer met hem praten, evenals landbouworganisatie LTO. Het college van B&W van De Ronde Venen, (waarvan de polder deel uitmaakt) wilde niet meewerken aan de uitwerking van de zevende strategie om dat de gestelde randvoowaarden niet duidelijk genoeg waren (terzijde: dat was ook het motief van de oppositie in Provinciale Staten om op 8 december 2008 tegen het plan van Binnekamp te stemmen). Ook het Waterschap haakte om die reden af, en wat erger is, zij trok een bestemming van 23 miljoen Euro terug die was gereserveerd voor het vernatten van de polder.
De coalitie van CDA, VVD en CU stemde desondanks voor en beval ook nog eens een Gebiedscommissie aan waarin alle belanghebbenden, onder leiding van een onafhankelijk voorzitter, de zevende strategie zou invullen. Die Gebiedscommissie, een doodgeboren CDA-opzetje, werd veel te snel omarmd door Binnekamp, die daarin zijn Waterloo zou vinden.

Wat nu?
Enkele dagen na het Statendebat van 8 december 2008 kregen de Staten een afschrift van een (op zichzelf hilarisch) persbericht. Daarin werd meegedeeld dat Binnekamp niet langer verantwoordelijk wilde zijn voor GMN. Niet zo zeer de vraag of hij dat vrijwillig deed is van belang, van belang is wanneer het bestuur van de provincie nu eindelijk eens gaat besturen en met een definitief voorstel komt. Een vierde gedeputeerde voor GMN sinds 2003 verscheen op het toneel. De Jong (CU) mag een nieuwe poging wagen, zo niet Krol (CDA) die veel meer voor de hand zou liggen. Waarschijnlijk heeft De Jong als eerste de kat de bel aangebonden en dan hang je. We zullen zijn rapportage afwachten.

En gedeputeerde Binnekamp? Hij heeft zoveel vertrouwen van zijn vijf GS-collega's dat geen van hen bereid is een deel van het eigen werkpakket aan hem af te staan. Zijn toch al niet overbezette portefeuille wordt daarmee vederlicht. Politiek gesproken is hij daarmee vleugellam. De sloop van joop is daarmee door de eigen coalitie effectief in gang gezet. Daar hoefde geen oppositiepartij aan te pas komen.

dinsdag 24 juni 2008

Utrechtse Sprits

Dit wordt in het begin even een taai stukje.
Eind jaren zestig en begin jaren zeventig, van de vorige eeuw (dat moet je er tegenwoordig bij zeggen) was ik voorzitter van de KWJ een organisatie van werkende jongeren gelieerd aan de katholieke vakbeweging, later opgegaan in de FNV. Er was nog geen arbeidsverbod voor 14-jarigen en het recht op één dag onderwijs per week voor werkende jongeren tot 18 jaar, sinds 1919 wettelijk verankerd, was een dode letter. Genoeg te doen dus.
In die tijd voerden wij een ideologisch debat met de collega’s van het ‘rooie’ NVV Jongerencontact, toen voorgezeten door Wim Kok. Dat ging over het rapport Lievegoed.

Lievegoed, bracht in opdracht van O&W in 1969 een rapport uit met als titel ‘Onderwijs en Vorming tot 18 jaar’. In dat rapport stelde hij dat, uit oogpunt van doelmatigheid en rechtvaardigheid, alle jongeren tot tenminste 18 jaar aan onderwijs en vorming moesten deelnemen. Het bestaande vervolgonderwijs moest daartoe worden vervangen door een nieuw onderwijssysteem dat meer aansloot op:…”praktisch ingestelde en op de maatschappelijke participatie gerichte jongeren.”….
Over dat laatste ging ons debat. Moest je het onderwijssysteem aanpassen omdat er jongeren waren die praktisch ingesteld waren en voor wie het bestaande onderwijssysteem een straf was? Of moest je al veel eerder in het Basisonderwijs veranderingen aanbrengen en daarna een Middenschool inrichten zodat al die praktisch ingestelden vanzelf theoretisch ingesteld werden en school leuk zouden gaan vinden?

Ik moest aan dat ideologische debat denken toen we enige weken geleden op bezoek waren bij de sapfabriek in Ede.
De sapfabriek?
Het idee van de sapfabriek grijpt terug op dat eerder genoemde debat in de jaren zestig. Nog steeds voelen veel jongeren zich niet aangesproken door het bestaande onderwijs en is het op school zitten eerder een straf dan een genoegen. Schooluitval is het gevolg en het niet hebben van een afgeronde opleiding maakt ze zwak op de arbeidsmarkt, vooral in tijden van dalende conjunctuur.

De werkelijkheid is dat veel jongeren ‘omgekeerd leren’. Niet in eerste instantie met hun hoofd, maar met hun handen en via hun handen met hun hoofd. De omgekeerde leerweg, of zoals ik dat pleeg te noemen: Leren met je handen. Dát is het idee achter de sapfabriek: het productieproces als instrument om te leren; leren door te doen.
In de sapfabriek werken VMBO-ers, MBO-ers en HBO-ers met elkaar. Drie uur per dag worden sapjes gemaakt. Als er iets stuk gaat of uitgelegd moet worden wordt de sapstraat stilgezet. En alles wordt gedaan door jongeren. Natuurlijk, het is ook een gewone fabriek, er moet op tijd begonnen worden, er is hiërarchie, lanterfanten is er niet bij. Ze maken niet alleen sapjes, maar zorgen ook voor de verkoop, ontwerpen de wikkel om de flesjes en zijn vooral trots op ‘hun’ sapfabriek; de leerfabriek.

Zo iets gaan we dus ook in Utrecht doen. De PvdA fractie heeft het initiatief genomen om de Provincie Utrecht deel te laten nemen aan de ontwikkeling van een Utrechtse leerfabriek waar Utrechtse Sprits worden gebakken. Bakker Blom van de Zadelstraat doet mee, Pally uit Nieuwegein ook, maar ook het ROC en het Vader Rijncollege, de Rabobank en Douwe Egberts. Op voorstel van de PvdA en gesteund door alle partijen hebben Provinciale Staten op 23 juni er mee ingestemd dat de provincie meebetaalt aan het opstellen van een businessplan. Eind december dit jaar ligt dat er en kan aan de oprichting van de leerfabriek worden begonnen.
Eind volgend jaar de eerste Utrechtse Sprits?

zondag 8 juni 2008

Niet morsen a.u.b.!

Al in 2006 besloten de Provinciale Staten van Utrecht om in de eerste helft van 2008 na te gaan hoe het zou gaan met de woningproductie. Het was één van de besluiten die volgde op het eindrapport van de Commissie Onderzoek Bouwstagnatie (COB). Als de bouwproductie niet het gewenste peil zou halen zouden de Staten van Utrecht ernstig moeten overwegen om te besluiten over aanvullende bouwlocaties.

Helaas gaat het met de woningproductie niet goed genoeg. Jaarlijks moeten in de provincie vanaf 2005 tussen de 8.300 en 8.800 woningen worden gebouwd. Dat aantal halen we niet: in 2005: 6.600, in 2006: 5.700 en in 2007: 6.300 woningen.
Dus kwam PvdA gedeputeerde Jan de Wilde mede namens Bart Krol (CDA) met een notitie naar de Staten waarin, op basis van twee onderzoeken, voordstellen werden gedaan en conclusies werden getrokken.

Wat te doen?
GS stellen voor te koersen op de bouw van 8.000 woningen per jaar. Dat aantal is volgens de onderzoeken realistisch. Daarmee wordt het doel, een maximaal woningtekort in de provincie van 3% in 2015, weliswaar niet gehaald, maar we komen wel een stuk dichterbij.

Voor de PvdA fractie geldt liever één vogel in de hand dan tien in de lucht. Daarom moet alles, maar dan ook alles moet uit de kast worden gehaald om die 80.000 woningen te realiseren. Zo nodig moet het aanjaagteam worden uitgebreid, ook om nieuwe locaties in beeld te brengen.

Tijdens de behandeling van deze plannen in de commissie op 2 juni jl., kwam ook de planning van de Rijnenburg, gelegen in de zuidwestelijke oksel van het verkeersplein Oudenrijn, ter sprake. Het is een gebied van circa 1.000 hectare. Daarvan wordt 230 hectare bestemd voor bedrijven en voor een water- en groenopgave. Op de resterende 770 hectare wil Utrechtse stadscoalitie van PvdA, GL en CU 5.000 tot 7.000 woningen bouwen. Met een nadruk op dure woningen, zo blijkt uit de Weekkrant van april 2007, rond de vier euroton, maar ook sociale woningbouw.

Als we de beschikbare ruimte vergelijken met de bebouwing van bijvoorbeeld Leidsche Rijn met 30 woningen per hectare, dan zou er rekenkundig plek zijn voor circa 23.000 woningen.
Onze fractie in de Provinciale Staten stelde dan ook dat 15.000 tot 20.000 woningen op Rijnenburg tot de mogelijkheden behoort. Natuurlijk moet je dan goed kijken naar de ontsluiting van dit gebied met wegen en openbaar vervoer.
Het plan van de stadcoalitie is aldus provinciale PvdA: ‘ vermorsen van schaarse ruimte’.

Tijdens de commissiebehandeling op 2 juni werd ook een nieuw plan gelanceerd. De gemeenten Houten, Nieuwegein en Utrecht studeren op een plan voor overkapping van de A12 tussen de verkeerspleinen Oudenrijn en Lunetten. Dat zou de mogelijkheid bieden van de bouw van nog eens extra 10.000 woningen. De kosten voor de overkapping worden geraamd op één miljard. Een Utrechtse variant op de Zuidas? Misschien, maar vooralsnog de moeite waard om verder onderzoek te doen. De maatschappelijke meerwaarde is gelegen in de combinatie minder verkeersgeluid en fijnstof, een nieuwe Galecopperbrug én 10.000 woningen extra.

Maar dan nog: Het plan voor de overkapping van de A12 rechtvaardigt niet dat er met de ruimte op Rijnenburg wordt gemorst.
Het provinciale coalitieakkoord heeft niet voor niets als titel meegekregen: “Slagvaardig werken aan kwaliteit en duurzaamheid.”

Daar hoort duurzaam ruimtegebruik ook bij.

dinsdag 20 mei 2008

Nieuwe oogst

Op sommige dagen valt alles op zijn plek. Zo’n dag was het op 19 mei 2008. In de Staten van Utrecht werden een serie besluiten genomen waaraan lang gewerkt was. Dat niet alleen: besluiten in het belang voor onze kiezers. Besluiten die duidelijk maken waarvoor wij in het bestuur van de Provincie Utrecht zitten. Een college waaraan we twee bestuurders hebben geleverd: Marian Dekker en Jan de Wilde.

Het begon de middag met het besluit over de herindeling van Abcoude, De Ronde Venen, Loenen en Breukelen tot één nieuwe gemeente: Vecht en Venen. Nog beter nieuws dat het voorstel breed werd ondersteund door PvdA, VVD, GL, CU, D66 en SGP. De SP was vanzelfsprekend tegen en het CDA ook, in weerwil van het feit dat drie van de vier CDA-fracties in genoemde gemeenten met het voorstel konden instemmen. Ook de Dierenpartij en Mooi Utrecht (elke een zetel) waren tegen. Marian Dekker verdedigde haar voorstel met verve, een voorstel waar uiteraard ook de handtekeningen van de CDA gedeputeerden onder staan.

Daarna werd over de Gebiedsvisie voor de Vechtstreek besloten. Een initiatief van de PvdA fractie uit de vorige periode waarbij de VVD zich aansloot. Er ligt nu een plan dat Statenbreed wordt ondersteund, maar ook waar bijvoorbeeld de Vechtplassencommissie enthousiast over is. Bart Krol, CDA gedeputeerde, heeft zich er sterk voor gemaakt en mag het uitvoeren. Er blijft nog wel een vuiltje zitten. Het ‘oude’ Restauratieplan de Vecht beloofde ons dat de ernstig vervuilde Vechtbodem zou worden uitgebaggerd: dat is nog steeds niet gebeurd. We hebben er vragen over gesteld aan het college en die komt binnenkort met een reactie.

Dan het plan Utrechtse Jeugd Centraal. Misschien wel het belangrijkste plan van deze middag. Nadat in vorige colleges de jeugdzorg voortdurend onderwerp was van conflicten, en dat zelfs leidde tot een door de Staten gehouden onderzoek, is Marian Dekker er in geslaagd met de instellingen van de jeugdzorg, de wethouders van gemeenten en Statenleden, een breed plan op te stellen. Marian kreeg van alle fracties lof toegezwaaid. Het plan is een breuk met het verleden, maar Dekker is de eerste die zegt dat we pas tevreden mogen zijn als de kinderen in Utrecht merken dat zij betere zorg krijgen. Aan de slag dus.

Verder met Jan de Wilde, zijn finest hour kwam met de vaststelling van de nota over het fonds Stedelijk Bouwen en Wonen. Het resultaat van een sterk gekoesterde wens van de PvdA. Want als je veel woningen wilt bouwen moet je er tegelijk voor zorgen dat niet onnodig groene ruimte wordt verbruikt. Daarom is er de komende vier jaren 60 miljoen beschikbaar om gemeenten mee te helpen bij het realiseren van woningen op binnenstedelijke bouwlocaties. Ook hier met algemene stemmen besloten.

Over de Sociale Agenda, een plan van 11 miljoen voor de komende vier jaar waarin de provincie de Utrechtse gemeenten ondersteund rondom Integratie en participatie en onderwijs en arbeidsmarkt, werd na aanvankelijke aarzeling bij CDA en VVD, toch uiteindelijk Statenbreed ondersteund. De toelichting van Marian Dekker was overtuigend.

Helemaal aan het einde de vaststelling van het programma Klimaat op Orde. Het liep tegen elven toen Jan de Wilde de vragen over zijn plan moest beantwoorden en het plan werd vastgesteld. Ook daarmee nu aan de slag.

Ik wil maar zeggen: Soms zijn er van die dagen dat je weet waarom je politiek actief bent en je haarfijn weet dat de PvdA er toe doet.

donderdag 3 januari 2008

Een mislukte tweeling

Op drie januari werd in Nieuwegein een van de vele nieuwjaarsrecepties gehouden. Eigenlijk was het een kraamvisite. De boreling was de nieuwe Kamer van Koophandel Midden Nederland. Het was een druk bezochte bijeenkomst. Naar schatting zo’n duizend mensen waren er aanwezig. Ook ik.
Hoe zo nieuwe Kamer?

Er bestonden tot voor kort 21 Kamers van Koophandel (KvK’s). Op een aantal van helemaal 2000 werknemers liepen er het belachelijke aantal van 842 bestuurders rond. Totale kosten 137 miljoen per jaar. Belastinggeld van u en mij.
CDA-Staatsecretaris van Gennip van Economische Zaken (uit een van de drie vorige kabinetten Balkenende) komt de eer toe de aanzet te hebben gegeven voor een saneringsoperatie. Zij wilde de registratie van ondernemingen centraliseren, evenals de voorlichting aan ondernemers. Daarmee ontviel een deel van de werkzaamheden aan de Kamers van Koophandel. Mede op initiatief van de KvK’s zelf, werd een plan gemaakt om het aantal Kamers naar 12 terug te brengen. Dat bracht de afgelopen twee jaar een flinke fusiegolf tot stand.

Terug naar Utrecht. De Provincie werd tot dan bediend door twee Kamers van Koophandel. De Utrechtse Kamer van Koophandel die in de hele provincie werkzaam was met uitzondering van Eemland. En de Kamer van Koophandel Gooi-, en Eemland, de naam zegt het.
Vriend en vijand gingen er vanuit dat beide Utrechtse Kamers zouden gaan fuseren. Daardoor zou er, aansluitend bij het gebied van de NV Utrecht, één sterke Kamer ontstaan.

Mis poes. Als konijnen uit een hoge hoed werden twee nieuwe combinaties tevoorschijn getoverd. Gooi en Eemland fuseerde met Flevoland. Utrecht met Rivierenland (het gebied begrensd door grofweg Ede Tiel en Gorkum). Welke rationele keuzen daar aan ten grondslag hebben gelegen kan niemand u vertellen. Maar elke combinatie vertelt u dat hún fusie volstrekt voor de hand lag. Geloof er niets van: het persoonlijke belang van de besturen van de beide KvK’s telde zwaarder dan het belang van Utrecht.

Deze foute keuze werd al pijnlijk duidelijk toen tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst het speerpunt van de KvK Midden Nederland bekend werd gemaakt: een betere bereikbaarheid. Nu weet een kind dat als het om bereikbaarheid van Utrecht gaat, er oplossingen gezocht moeten worden in de driehoek Utrecht, Hilversum, Amersfoort. Omvangrijke pakketstudies zijn daarvoor in het leven geroepen. Zo niet voor de KvK Midden Nederland. Daar werd de aanwezigen het autoluw maken van A2 zo ongeveer als dé oplossing voor alle kwalen voorgehouden. Er werd zelfs een prijsvraag uitgeschreven wie het beste idee kon leveren om de A2 dagelijks met 5.000 auto’s te verminderen. Stuitend.

Laat die nieuwe KvK’s dus nooit meer aankloppen met tranentrekkende verhalen dat de Provincie Utrecht in het belang van Utrecht het beleid zus-en-zo moet bijstellen. De nieuwe KvK’s hebben het recht verspeeld om voor het belang van Utrecht op te komen. Toen het er op aankwam ging het persoonlijke belang immers voor. De Provincie Utrecht zou er intussen goed aan doen afstand te nemen van beide Kamers en met betrekking tot het economische beleid meer op eigen kracht te vertrouwen in plaats van te leunen op de nieuwe KvK’s.
De Kamers kunnen maar één ding doen willen ze het vertrouwen - in ieder geval van mij - terugwinnen: fusies ontbinden en aan tafel gaan zitten voor een Utrechtse fusie.
Dat zal niet gebeuren en ik weet het.

O ja, de kraamvisite van de KvK werd aan elkaar gepraat door een olijke tweeling. Geen openbaring, maar eenmalig. Dat laatste kan helaas niet gezegd worden van de beide nieuwe KvK’s, maar hier betreft het wel een mislukte tweeling.

zondag 25 november 2007

UTRECHT - FLEVOLAND: een halve doorbraak

Het jaar 2008 is een cruciaal jaar voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze provincie. In Provinciale Staten wordt teruggekeken op de woningbouwproductie van de laatste drie jaar en op basis daarvan worden conclusies getrokken voor de woningbouw tot 2015. Daarnaast is een zware commissie onder leiding van de Utrechtse wethouder Harrie Bosch bezig met een studie naar woningbouwlocaties voor de periode 2015 -2030. Voorzien wordt dat we in Utrecht ongeveer 65.000 nieuwe woningen nodig hebben (inclusief de Vecht- en Gooistreek/Hilversum). Het grootste deel van deze woningen wordt binnenstedelijk gebouwd en circa 15.000 in Flevoland. De belangrijkste vraag die de commissie Bosch moet beantwoorden is waar in de stadsregio Utrecht de resterende 15.000 tot 20.000 nieuwe woningen moeten worden gebouwd.

De provinciale PvdA is bezig met de voorbereiding op die besluitvorming. Collega Statenlid Roelof Martens en ik hebben in November en December gesprekken met alle PvdA wethouders van gemeenten die een belangrijke bouwopgave hebben. Daarnaast wordt ook in het PvdA-verband van de Randstad gepraat en nagedacht over wat wenselijk en onwenselijk is. Conclusies zijn nog niet getrokken, maar uit die lopende gesprekken zijn me twee dingen opgevallen.

In de eerste plaats de positie van de stad en de provincie Utrecht. Als ik mijn oor te luisteren leg, dan valt het op dat men in de Randstad vindt dat ‘ Utrecht’ traditioneel treuzelt met het nemen van besluiten over bouwlocaties. Natuurlijk wordt erkend dat de vijf nationale landschappen beperkingen opleveren. Maar dan nog blijft het beeld dat Utrecht al jarenlang praat. Een van mijn gesprekpartners zei het zo:…“ Hoe lost Utrecht zijn problemen op? Met wéér een rapport.”…
Overigens werd door mijn gesprekspartners toegegeven dat de besluiteloosheid van Utrecht ook te maken heeft met de verschillende opvattingen die vanuit Den Haag worden geventileerd. In het bijzonder de Ministeries van VROM en V&W zouden er tegengestelde opvattingen op na houden.
Hoe dan ook: als je als besluiteloze regio te boek staat past eigenlijk maar een antwoord: De regio presenteert een gemeenschappelijke opvatting over de plek waar die 15.000 tot 20.000 woningen moeten worden gebouwd en vervolgens organiseren we een effectieve lobby om Den Haag te overtuigen. Misschien kan de commissie van Harrie Bosch als voertuig dienen.

Het tweede dat me is opgevallen is de veranderde positie van de stad Utrecht. In de vorige statenperiode was het taboe om over bouwlocaties in Flevoland te praten. Dat werd door de stad Utrecht als ‘not done’ beschouwd. Nu wordt, ook met instemming van de stad Utrecht, voorgesteld om na 2015 circa 15.000 woningen voor de Utrechtse woningbehoefte in Flevoland te bouwen. Let wel: die woningen zijn bestemd voor (a) woningzoekenden die de intentie hebben om in de stadsregio Utrecht te gaan wonen, (b) voor inwoners van zeg maar Amersfoort en Hilversum. In praktische zin zullen deze woningen geen of nauwelijks betekenis hebben voor inwoners van de stadsregio Utrecht.
Deze keuze is wat mij betreft nog maar een halve doorbraak. We moeten nu doorzetten. Utrecht en Flevoland zijn veel meer op elkaar aangewezen dan we misschien wel denken. Nu al is het dringen met de ruimte voor wonen, werken in het noorden van onze provincie, ook omdat we het landschap tussen Amersfoort en Hilversum groen willen houden (de polder Arkemheen). Dat betekent dat Utrecht meer en meer is aangewezen op Flevoland. Het provinciebestuur van Utrecht zou, met zijn commissaris voorop, met Flevoland in gesprek moeten gaan om de onderwerpen van gemeenschappelijk belang: wonen, werken en infrastructuur met elkaar te bespreken en daarover afspraken te maken. Ik zou het in dat licht niet gek vinden dat de naar verhouding rijkere provincie Utrecht de relatief armere provincie Flevoland meehelpt om die gemeenschappelijk ontwikkeling, waar beide provincies voordeel bij hebben, te financieren.

woensdag 14 november 2007

Het ULI-advies als supermarkt

In de laatste week van september bezocht een panel van internationale deskundigen van het Urban Land Institute (ILU) de vliegbasis Soesterberg. Dit op uitnodiging van de besturen van Zeist, Soest en de Provincie Utrecht. Doel: onbevooroordeeld een advies geven over de herinrichtring van de vliegbasis Soesterberg. Voordat de heren (ja, alleen heren) waren geland, was er al herrie. Van de kant van enkele locale natuur- en milieuorganisaties werd het panel verdacht gemaakt. Het zou gaan om deskundigen die uitsluitend waren gericht op projectontwikkeling. Dat heet indekken. Dan kun je later zeggen dat je het altijd al hebt gezegd.

Nadat het panel drie dagen met Jan en alleman had gesproken, kwamen ze met een drieledig advies:

  1. Grijp de komst van het defensiemuseum aan om de vliegbasis om te toveren tot een nationaal natuurpark (Peacepark) met mogelijkheden voor recreatie. De militaire opstallen zoals shelters en hangars kunnen de museale functie versterken. Binnen de huidige grenzen van de vliegbasis is er geen ruimte voor woningbouw
  2. De ontwikkelingen op het terrein van de vliegbasis zijn niet los te zien van de omliggende gebieden. Daarom moet Soesterberg-noord getransformeerd worden tot een aantrekkelijke woonomgeving. Soesterberg kan ook economisch profiteren van een goede verbinding tussen dorp en basis.
  3. Omdat er sprake is van een park met nationale allure ligt het voor de hand, aldus ILU dat de herontwikkeling plaatsvindt met rijksgelden.

In de dagen en weken nadat het ULI advies bekend was geworden, kon je goed zien hoe het gaat met zo’n advies. Vrijwel iedereen praat over het toekomstige Peacepark. Vrijwel niemand praat meer over Soesterberg-Noord. En voor het gemak leggen we de financiering op het bordje van de bestuurders van de Provincie, die er voor moeten zorgen dat het Rijk met geld afkomt.

Zo is het ULI advies een soort supermarkt geworden waar ieder uithaalt wat hem beliefd en doodzwijgt wat niet in de kraam te pas komt.

Zo ook de gemeenteraad van Zeist. Begin november werd daar een motie aangenomen waarin uitgesproken wordt dat het ULI advies de belangrijkste leidraad is voor verdere planvorming. Gemakshalve wordt in de motie niet meer gesproken over de herinrichting van Soesterberg-Noord en ook hier wordt de financiële bal bij Rijk en Provincie neergelegd.

Ik vind dat wat al te gemakkelijk. Wat, als blijkt dat bijvoorbeeld de financiering, ook voor de herinrichting van Soesterberg-Noord, niet kan worden rondgemaakt? Stuurt de raad haar burgervader dan opnieuw op een promotietour, maar dan met het slechte nieuws, de regio in?

donderdag 7 juni 2007

Ten langen leste: Robbertsen


Vandaag wordt Roel Robbertsen geïnstalleerd als nieuwe commissaris van de Koningin in Utrecht. Daarmee wordt een roerige periode afgesloten. Niemand heeft daar overigens iets van gemerkt, omdat de leden van de vertrouwenscommissie verplicht zijn onder absolute geheimhouding te werken.

In Utrecht waren twee procedures nodig. De vorige Staten gaven in december 2006 hun opdracht terug. Volgens een bericht in de Volkskrant van 20 april jl. was Frans Leijnse, lid van de Eerste Kamer en PvdA-lid, de belangrijkste kandidaat. Kennelijk was er geen meerderheid in de vertrouwenscommissie, lees VVD en CDA, die zijn kandidatuur steunde. Een gemiste kans.

In de tweede procedure, gestart na de Statenverkiezingen van 7 maart, werden vijf ‘benoembare’ kandidaten door de Minister van Binnenlandse Zaken aan de vertrouwenscommissie voorgelegd. Deze vertrouwenscommissie, bestaande uit de fractievoorzitters van alle partijen, minus de Dierenpartij (die er van afzag) sprak vervolgens met alle kandidaten. In een tweede ronde werd met de drie overblijvende kandidaten gesproken. Na een eerste stemming viel de kandidaat met de minste stemmen af en werd een voorlopige voordracht van nummer 1 en 2 opgesteld. Deze voordracht werd in een –wederom- geheime vergadering aan Provinciale Staten voorgelegd en besproken. Daarna volgde een schriftelijke stemming. Vervolgens werd de kandidaat met de meeste stemmen aan de Minister voorgedragen, waarna het kabinet een formeel besluit nam. Robbertsen dus.

Als lid van de ‘tweede’ vertrouwenscommissie (en met een slot op mijn mond) maak ik terugkijkend de volgende observaties:

  1. Het is terecht dat de namen van de niet gekozen kandidaten geheim worden gehouden. Dat is zoals het hoort bij álle sollicitatieprocedures.
  2. Alle overige geheimhouding is overbodig. Waarom mogen de inwoners van Utrecht niet weten wat de stemverhouding was tussen kandidaat Robbertsen en de tweede kandidaat?
  3. De procedure waarbij de Minister de voordracht volgt van een gekozen orgaan als Provinciale Staten of Gemeenteraad, leidt er toe dat niet vanzelfsprekend de kwalitatief beste kandidaat wordt gekozen, maar de kandidaat die de meeste stemmen op zich weet te verenigen.
  4. Zou ik nog eens in de gelegenheid zijn deel te nemen aan een vertrouwenscommissie (wat onwaarschijnlijk is) dan zou ik aan de voorkant van dat proces met andere partijen tot een afspraak komen om ons gezamenlijk te verenigen op één bepaalde kandidaat. Dat geeft meer kans op een kwalitatief beter resultaat.
  5. De PvdA moet zich ernstig afvragen of het standpunt waarbij de Gemeenteraad of Provinciale Staten in feite de burgemeester, c.q. de CdK kiezen, niet ten koste gaat van de kwaliteit van het ambt.
  6. Hoe dan ook: de gevolgde praktijk leidt er toe dat onze partij in de provincies het onderspit delft. In twaalf provincies zijn er thans 2 CdK’s van PvdA huize: Groningen en Drenthe. Het wachten is op de uitslag van de vertrouwenscommissie in Groningen (en niet te vergeten: de voordracht voor de burgemeestersbenoeming in de stad Utrecht.)

woensdag 30 mei 2007

Kleine aftrap...

Nu de onderhandelingen voor het nieuwe college voorbij zijn, kan ik me eindelijk storten op de organisatie van de fractie. Vandaag ben ik kort bij Maurice (fractiemedewerker) geweest om de stukken voor de fractie van 4 juni te vervolmaken. De komende fractie zullen we namelijk beslissen over de werkwijze, methode en functieverdeling. Daardoor kunnen we eindelijk aan de slag gaan met onze volksvertegenwoordigende taken. In de voorstellen staat dat we per jaar minimaal 10 speerpunten vaststellen, die we gedurende het jaar uitwerken en proberen politiek te "scoren'. Bij de uitwerking van deze tien punten is het ook de bedoeling dat PvdA-leden, inwoners van de provincie, instellingen en organisaties worden betrokken. Zo kunnen we de problemen in de samenleving echt gaan aanpakken.

Hopelijk zie ik u daardoor snel weer terug!

Wim Bos

Mijn eerste blog

Nu ik fractievoorzitter van de PvdA statenfractie Utrecht ben, begin ik met een weblog om zo iedereen te informeren over mijn werkzaamheden. Hier kun je ook terecht met vragen, opmerkingen en suggesties voor de PvdA in de Provincie Utrecht.