donderdag 3 januari 2008

Een mislukte tweeling

Op drie januari werd in Nieuwegein een van de vele nieuwjaarsrecepties gehouden. Eigenlijk was het een kraamvisite. De boreling was de nieuwe Kamer van Koophandel Midden Nederland. Het was een druk bezochte bijeenkomst. Naar schatting zo’n duizend mensen waren er aanwezig. Ook ik.
Hoe zo nieuwe Kamer?

Er bestonden tot voor kort 21 Kamers van Koophandel (KvK’s). Op een aantal van helemaal 2000 werknemers liepen er het belachelijke aantal van 842 bestuurders rond. Totale kosten 137 miljoen per jaar. Belastinggeld van u en mij.
CDA-Staatsecretaris van Gennip van Economische Zaken (uit een van de drie vorige kabinetten Balkenende) komt de eer toe de aanzet te hebben gegeven voor een saneringsoperatie. Zij wilde de registratie van ondernemingen centraliseren, evenals de voorlichting aan ondernemers. Daarmee ontviel een deel van de werkzaamheden aan de Kamers van Koophandel. Mede op initiatief van de KvK’s zelf, werd een plan gemaakt om het aantal Kamers naar 12 terug te brengen. Dat bracht de afgelopen twee jaar een flinke fusiegolf tot stand.

Terug naar Utrecht. De Provincie werd tot dan bediend door twee Kamers van Koophandel. De Utrechtse Kamer van Koophandel die in de hele provincie werkzaam was met uitzondering van Eemland. En de Kamer van Koophandel Gooi-, en Eemland, de naam zegt het.
Vriend en vijand gingen er vanuit dat beide Utrechtse Kamers zouden gaan fuseren. Daardoor zou er, aansluitend bij het gebied van de NV Utrecht, één sterke Kamer ontstaan.

Mis poes. Als konijnen uit een hoge hoed werden twee nieuwe combinaties tevoorschijn getoverd. Gooi en Eemland fuseerde met Flevoland. Utrecht met Rivierenland (het gebied begrensd door grofweg Ede Tiel en Gorkum). Welke rationele keuzen daar aan ten grondslag hebben gelegen kan niemand u vertellen. Maar elke combinatie vertelt u dat hún fusie volstrekt voor de hand lag. Geloof er niets van: het persoonlijke belang van de besturen van de beide KvK’s telde zwaarder dan het belang van Utrecht.

Deze foute keuze werd al pijnlijk duidelijk toen tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst het speerpunt van de KvK Midden Nederland bekend werd gemaakt: een betere bereikbaarheid. Nu weet een kind dat als het om bereikbaarheid van Utrecht gaat, er oplossingen gezocht moeten worden in de driehoek Utrecht, Hilversum, Amersfoort. Omvangrijke pakketstudies zijn daarvoor in het leven geroepen. Zo niet voor de KvK Midden Nederland. Daar werd de aanwezigen het autoluw maken van A2 zo ongeveer als dé oplossing voor alle kwalen voorgehouden. Er werd zelfs een prijsvraag uitgeschreven wie het beste idee kon leveren om de A2 dagelijks met 5.000 auto’s te verminderen. Stuitend.

Laat die nieuwe KvK’s dus nooit meer aankloppen met tranentrekkende verhalen dat de Provincie Utrecht in het belang van Utrecht het beleid zus-en-zo moet bijstellen. De nieuwe KvK’s hebben het recht verspeeld om voor het belang van Utrecht op te komen. Toen het er op aankwam ging het persoonlijke belang immers voor. De Provincie Utrecht zou er intussen goed aan doen afstand te nemen van beide Kamers en met betrekking tot het economische beleid meer op eigen kracht te vertrouwen in plaats van te leunen op de nieuwe KvK’s.
De Kamers kunnen maar één ding doen willen ze het vertrouwen - in ieder geval van mij - terugwinnen: fusies ontbinden en aan tafel gaan zitten voor een Utrechtse fusie.
Dat zal niet gebeuren en ik weet het.

O ja, de kraamvisite van de KvK werd aan elkaar gepraat door een olijke tweeling. Geen openbaring, maar eenmalig. Dat laatste kan helaas niet gezegd worden van de beide nieuwe KvK’s, maar hier betreft het wel een mislukte tweeling.

zondag 25 november 2007

UTRECHT - FLEVOLAND: een halve doorbraak

Het jaar 2008 is een cruciaal jaar voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze provincie. In Provinciale Staten wordt teruggekeken op de woningbouwproductie van de laatste drie jaar en op basis daarvan worden conclusies getrokken voor de woningbouw tot 2015. Daarnaast is een zware commissie onder leiding van de Utrechtse wethouder Harrie Bosch bezig met een studie naar woningbouwlocaties voor de periode 2015 -2030. Voorzien wordt dat we in Utrecht ongeveer 65.000 nieuwe woningen nodig hebben (inclusief de Vecht- en Gooistreek/Hilversum). Het grootste deel van deze woningen wordt binnenstedelijk gebouwd en circa 15.000 in Flevoland. De belangrijkste vraag die de commissie Bosch moet beantwoorden is waar in de stadsregio Utrecht de resterende 15.000 tot 20.000 nieuwe woningen moeten worden gebouwd.

De provinciale PvdA is bezig met de voorbereiding op die besluitvorming. Collega Statenlid Roelof Martens en ik hebben in November en December gesprekken met alle PvdA wethouders van gemeenten die een belangrijke bouwopgave hebben. Daarnaast wordt ook in het PvdA-verband van de Randstad gepraat en nagedacht over wat wenselijk en onwenselijk is. Conclusies zijn nog niet getrokken, maar uit die lopende gesprekken zijn me twee dingen opgevallen.

In de eerste plaats de positie van de stad en de provincie Utrecht. Als ik mijn oor te luisteren leg, dan valt het op dat men in de Randstad vindt dat ‘ Utrecht’ traditioneel treuzelt met het nemen van besluiten over bouwlocaties. Natuurlijk wordt erkend dat de vijf nationale landschappen beperkingen opleveren. Maar dan nog blijft het beeld dat Utrecht al jarenlang praat. Een van mijn gesprekpartners zei het zo:…“ Hoe lost Utrecht zijn problemen op? Met wéér een rapport.”…
Overigens werd door mijn gesprekspartners toegegeven dat de besluiteloosheid van Utrecht ook te maken heeft met de verschillende opvattingen die vanuit Den Haag worden geventileerd. In het bijzonder de Ministeries van VROM en V&W zouden er tegengestelde opvattingen op na houden.
Hoe dan ook: als je als besluiteloze regio te boek staat past eigenlijk maar een antwoord: De regio presenteert een gemeenschappelijke opvatting over de plek waar die 15.000 tot 20.000 woningen moeten worden gebouwd en vervolgens organiseren we een effectieve lobby om Den Haag te overtuigen. Misschien kan de commissie van Harrie Bosch als voertuig dienen.

Het tweede dat me is opgevallen is de veranderde positie van de stad Utrecht. In de vorige statenperiode was het taboe om over bouwlocaties in Flevoland te praten. Dat werd door de stad Utrecht als ‘not done’ beschouwd. Nu wordt, ook met instemming van de stad Utrecht, voorgesteld om na 2015 circa 15.000 woningen voor de Utrechtse woningbehoefte in Flevoland te bouwen. Let wel: die woningen zijn bestemd voor (a) woningzoekenden die de intentie hebben om in de stadsregio Utrecht te gaan wonen, (b) voor inwoners van zeg maar Amersfoort en Hilversum. In praktische zin zullen deze woningen geen of nauwelijks betekenis hebben voor inwoners van de stadsregio Utrecht.
Deze keuze is wat mij betreft nog maar een halve doorbraak. We moeten nu doorzetten. Utrecht en Flevoland zijn veel meer op elkaar aangewezen dan we misschien wel denken. Nu al is het dringen met de ruimte voor wonen, werken in het noorden van onze provincie, ook omdat we het landschap tussen Amersfoort en Hilversum groen willen houden (de polder Arkemheen). Dat betekent dat Utrecht meer en meer is aangewezen op Flevoland. Het provinciebestuur van Utrecht zou, met zijn commissaris voorop, met Flevoland in gesprek moeten gaan om de onderwerpen van gemeenschappelijk belang: wonen, werken en infrastructuur met elkaar te bespreken en daarover afspraken te maken. Ik zou het in dat licht niet gek vinden dat de naar verhouding rijkere provincie Utrecht de relatief armere provincie Flevoland meehelpt om die gemeenschappelijk ontwikkeling, waar beide provincies voordeel bij hebben, te financieren.

woensdag 14 november 2007

Het ULI-advies als supermarkt

In de laatste week van september bezocht een panel van internationale deskundigen van het Urban Land Institute (ILU) de vliegbasis Soesterberg. Dit op uitnodiging van de besturen van Zeist, Soest en de Provincie Utrecht. Doel: onbevooroordeeld een advies geven over de herinrichtring van de vliegbasis Soesterberg. Voordat de heren (ja, alleen heren) waren geland, was er al herrie. Van de kant van enkele locale natuur- en milieuorganisaties werd het panel verdacht gemaakt. Het zou gaan om deskundigen die uitsluitend waren gericht op projectontwikkeling. Dat heet indekken. Dan kun je later zeggen dat je het altijd al hebt gezegd.

Nadat het panel drie dagen met Jan en alleman had gesproken, kwamen ze met een drieledig advies:

  1. Grijp de komst van het defensiemuseum aan om de vliegbasis om te toveren tot een nationaal natuurpark (Peacepark) met mogelijkheden voor recreatie. De militaire opstallen zoals shelters en hangars kunnen de museale functie versterken. Binnen de huidige grenzen van de vliegbasis is er geen ruimte voor woningbouw
  2. De ontwikkelingen op het terrein van de vliegbasis zijn niet los te zien van de omliggende gebieden. Daarom moet Soesterberg-noord getransformeerd worden tot een aantrekkelijke woonomgeving. Soesterberg kan ook economisch profiteren van een goede verbinding tussen dorp en basis.
  3. Omdat er sprake is van een park met nationale allure ligt het voor de hand, aldus ILU dat de herontwikkeling plaatsvindt met rijksgelden.

In de dagen en weken nadat het ULI advies bekend was geworden, kon je goed zien hoe het gaat met zo’n advies. Vrijwel iedereen praat over het toekomstige Peacepark. Vrijwel niemand praat meer over Soesterberg-Noord. En voor het gemak leggen we de financiering op het bordje van de bestuurders van de Provincie, die er voor moeten zorgen dat het Rijk met geld afkomt.

Zo is het ULI advies een soort supermarkt geworden waar ieder uithaalt wat hem beliefd en doodzwijgt wat niet in de kraam te pas komt.

Zo ook de gemeenteraad van Zeist. Begin november werd daar een motie aangenomen waarin uitgesproken wordt dat het ULI advies de belangrijkste leidraad is voor verdere planvorming. Gemakshalve wordt in de motie niet meer gesproken over de herinrichting van Soesterberg-Noord en ook hier wordt de financiële bal bij Rijk en Provincie neergelegd.

Ik vind dat wat al te gemakkelijk. Wat, als blijkt dat bijvoorbeeld de financiering, ook voor de herinrichting van Soesterberg-Noord, niet kan worden rondgemaakt? Stuurt de raad haar burgervader dan opnieuw op een promotietour, maar dan met het slechte nieuws, de regio in?

donderdag 7 juni 2007

Ten langen leste: Robbertsen


Vandaag wordt Roel Robbertsen geïnstalleerd als nieuwe commissaris van de Koningin in Utrecht. Daarmee wordt een roerige periode afgesloten. Niemand heeft daar overigens iets van gemerkt, omdat de leden van de vertrouwenscommissie verplicht zijn onder absolute geheimhouding te werken.

In Utrecht waren twee procedures nodig. De vorige Staten gaven in december 2006 hun opdracht terug. Volgens een bericht in de Volkskrant van 20 april jl. was Frans Leijnse, lid van de Eerste Kamer en PvdA-lid, de belangrijkste kandidaat. Kennelijk was er geen meerderheid in de vertrouwenscommissie, lees VVD en CDA, die zijn kandidatuur steunde. Een gemiste kans.

In de tweede procedure, gestart na de Statenverkiezingen van 7 maart, werden vijf ‘benoembare’ kandidaten door de Minister van Binnenlandse Zaken aan de vertrouwenscommissie voorgelegd. Deze vertrouwenscommissie, bestaande uit de fractievoorzitters van alle partijen, minus de Dierenpartij (die er van afzag) sprak vervolgens met alle kandidaten. In een tweede ronde werd met de drie overblijvende kandidaten gesproken. Na een eerste stemming viel de kandidaat met de minste stemmen af en werd een voorlopige voordracht van nummer 1 en 2 opgesteld. Deze voordracht werd in een –wederom- geheime vergadering aan Provinciale Staten voorgelegd en besproken. Daarna volgde een schriftelijke stemming. Vervolgens werd de kandidaat met de meeste stemmen aan de Minister voorgedragen, waarna het kabinet een formeel besluit nam. Robbertsen dus.

Als lid van de ‘tweede’ vertrouwenscommissie (en met een slot op mijn mond) maak ik terugkijkend de volgende observaties:

  1. Het is terecht dat de namen van de niet gekozen kandidaten geheim worden gehouden. Dat is zoals het hoort bij álle sollicitatieprocedures.
  2. Alle overige geheimhouding is overbodig. Waarom mogen de inwoners van Utrecht niet weten wat de stemverhouding was tussen kandidaat Robbertsen en de tweede kandidaat?
  3. De procedure waarbij de Minister de voordracht volgt van een gekozen orgaan als Provinciale Staten of Gemeenteraad, leidt er toe dat niet vanzelfsprekend de kwalitatief beste kandidaat wordt gekozen, maar de kandidaat die de meeste stemmen op zich weet te verenigen.
  4. Zou ik nog eens in de gelegenheid zijn deel te nemen aan een vertrouwenscommissie (wat onwaarschijnlijk is) dan zou ik aan de voorkant van dat proces met andere partijen tot een afspraak komen om ons gezamenlijk te verenigen op één bepaalde kandidaat. Dat geeft meer kans op een kwalitatief beter resultaat.
  5. De PvdA moet zich ernstig afvragen of het standpunt waarbij de Gemeenteraad of Provinciale Staten in feite de burgemeester, c.q. de CdK kiezen, niet ten koste gaat van de kwaliteit van het ambt.
  6. Hoe dan ook: de gevolgde praktijk leidt er toe dat onze partij in de provincies het onderspit delft. In twaalf provincies zijn er thans 2 CdK’s van PvdA huize: Groningen en Drenthe. Het wachten is op de uitslag van de vertrouwenscommissie in Groningen (en niet te vergeten: de voordracht voor de burgemeestersbenoeming in de stad Utrecht.)